Bijna elk land heeft een Openbaar Ministerie of een vorm daarvan. Dit is voor een land noodzakelijk om strafbare feiten op te sporen, te vervolgen en om de straffen uit te voeren voor een vredige samenleving. Hoe kan het dat de EU, terwijl het vaak als handelsunie wordt verkocht, stilletjes een eigen Openbaar Ministerie opricht en wat kunnen zij ermee?

Europees Openbaar Ministerie
Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 werd de mogelijkheid gecreëerd voor de EU om een eigen Openbaar Ministerie op te richten. Op 12 oktober 2017 is het Europees Openbaar Ministerie (hierna: EOM) opgericht.[1] Nederland wilde eerst niet meedoen, maar op 1 augustus 2018 keurde de Europese Commissie de deelname van Nederland goed en was ook de deelname van ons land een feit.[2] Op dit moment doen alle EU-lidstaten mee, met uitzondering van Polen, Hongarije, Denemarken, Ierland en Zweden. Vervolgens rijst de vraag wat de bevoegdheden zijn van het EOM en in hoeverre deze nieuwe activiteiten de normale burger gaan raken.

Bevoegdheden
Tot nu toe hebben de bevoegdheden van het EOM slechts betrekking op financiële strafbare delicten die de belangen van de EU schaden.[3] Zo kan het EOM optreden en vervolgen bij verdenking van bijvoorbeeld EU-fraude. De bevoegdheden van dit EOM lijken van verwaarloosbare aard en weinig om druk over te maken, maar er zit een adder onder het gras hier. De EU kan namelijk, met unanimiteit in de Europese Raad en met instemming van het Europees Parlement, de bevoegdheden van het EOM altijd uitbreiden, bij strafbare feiten die een ‘grensoverschrijdende dimensie’ hebben.[4] Sterker nog, dit heeft de Europese Commissie een jaar na de oprichting van het EOM al geprobeerd, maar nu nog met weinig succes. Ze wilden de bevoegdheden uitbreiden opdat het EOM ook bevoegd zou worden voor de opsporing en vervolging van terroristische misdrijven. De EU kan echter voor eigenlijk alle strafbare feiten de bevoegdheid van de lidstaten afpakken, want alles kan een ‘grensoverschrijdende dimensie’ hebben. Dat wil zeggen een strafbaar feit dat de grens over kan. Dit kunnen de eenvoudigste strafbare feiten zijn, zoals verkeersdelicten of diefstal waarover de EU dus kan gaan beslissen, en niet wij als soeverein land. Voorlopig geeft onze regering niet toe aan de EU.[5]

Geen democratische legitimatie
In 2005 stemden de Fransen en de Nederlanders in een referendum over de Europese Grondwet. Beide uitslagen zorgden voor een aardbeving in Brussel: in Frankrijk stemde 55% tegen deze Europese Grondwet en in Nederland zelfs 62%. Dit betekende het einde voor de Europese Grondwet onder deze naam, maar in 2009, toen het volk de andere kant op keek, kwam deze grondwet toch, dan wel onder een andere naam: het Verdrag van Lissabon. Dit komt de EU nog steeds op veel kritiek te staan. Velen zien dit als het bewijs van de antidemocratische aard van de EU. Wat betreft het EOM klopt dit, aangezien de grondslag van het EOM in het Verdrag van Lissabon nagenoeg identiek is aan die van de Europese Grondwet die zo vernederend was afgewezen door het Franse en het Nederlandse volk. Het enige verschil in het Verdrag van Lissabon is dat het nog net iets uitgebreider is.

Conclusie
Lidstaten toonden vanaf het begin al weerstand tegen het voorstel om een Europees Openbaar Ministerie op te richten.[6] Dit werd gezien als een verdere inperking van de nationale soevereiniteit op een gevoelige plek: wat landen zelf als ongewenst gedrag zien. Het Verdrag van Lissabon betekende echter toch de oprichting van het Europees Openbaar Ministerie. Het Verdrag dat misschien een andere naam heeft, maar met minimale verschillen gewoon dezelfde Europese Grondwet is. Deze grondwet was afgewezen door het Franse en het Nederlandse volk, en dit werd keihard en schaamteloos genegeerd door de politiek, maar het zal niet vergeten worden. Tot nu toe heeft het EOM weinig bevoegdheden, maar deze bevoegdheden kunnen snel en breed worden uitgebreid. Dit is binnen een jaar al geprobeerd door de Europese Commissie en bij die poging zal het waarschijnlijk niet blijven. De eerste stenen zijn al in rap tempo geplaatst, want toen de Roemeense Laura Codruţa Kövesi vorig jaar als eerste ‘Europese hoofdaanklager’ werd benoemd, zei de EU trots: ‘’Mevrouw Kövesi zal als allereerste Europees hoofdaanklager de taak hebben om het EOM van de grond af op te bouwen.’’[7] Dat de EU slechts voor handel bestaat, geloofde toch al niemand meer?

[1] Verordening (EU) 2017/1939 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (‘’EOM’’). (2017, oktober). Raad van Ministers, p. 1.

[2] Ministerie van Buitenlandse Zaken. (2018, 7 augustus). Commissie bekrachtigt deelname Nederland aan het Europees Openbaar Ministerie. Expertisecentrum Europees Recht. https://ecer.minbuza.nl/-/commissie-bekrachtigt-deelname-nederland-aan-het-europees-openbaar-ministerie

[3] Artikel 22 Verordening (EU) 2017/1939 (ook Artikel 86 lid 1 VWEU relevant hier)

[4] Artikel 86 lid 4 VWEU.

[5] Ministerie van Buitenlandse Zaken. (z.d.). Europees Openbaar Ministerie. Expertisecentrum Europees Recht. https://ecer.minbuza.nl/ecer/dossiers/strafrechtelijke-samenwerking/europees-openbaar-ministerie

[6] P. Craig, G. De Burca, EU Law. Text, Cases, and Materials (6e editie), Oxford: Oxford University Press 2015, p. 985.

[7] Europese Raad. (2019, 14 oktober). Europees Openbaar Ministerie – EOM: Raad bevestigt Laura Codruţa Kövesi als eerste Europees hoofdaanklager. European Council. https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2019/10/14/eu-public-prosecutor-s-office-eppo-laura-codruta-kovesi-to-become-the-first-european-chief-prosecutor/

Foto door Sora Shimazaki via Pexels

Credits: dit Nexit Denktank-artikel is tot stand gekomen met aangeleverde input door Gabriël van de Bloemfontein