De komende week kijken we naar de opties voor Nederland om onze relatie met de Europese Unie te veranderen. Vorige keer keken we naar Denemarken, uitvoerders van het opt-out model. Dit keer kijken we naar een ander Scandinavisch land, Noorwegen om precies te zijn. Hoe werkt het Noorse model?

Historie

Noorwegen wilde samen met het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Ierland in 1962 toetreden tot de Europese Economische Gemeenschap. Doordat de Fransen een toetreding van het Verenigd Koninkrijk vetode liepen de onderhandelingsgesprekken met de overige landen ook stuk. Lange tijd bleef het stil, echter begonnen de onderhandelingen weer in 1967 na een Franse presidentswissel.

In 1972 werd er een referendum gehouden in Noorwegen over de toetreding tot de EEG, 53,5% van de kiezers stemden tegen een toetreding. In plaats van een toetreding besloot de Noorse overheid om een handelsverdrag te sluiten en het lidmaatschap te laten zitten. Dit handelsverdrag bleef in werking tot 1994, toen Noorwegen toetrad tot de Europese Economische Ruimte.

De Europese Economische Ruimte kennen we hedendaags als de vrije interne markt van de Europese Unie. Binnen de EER geldt vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal. Noorwegen werd een belangrijke handelspartner van aanvankelijk de EEG en hedendaags de EU.

In 1994 werd er een tweede referendum gehouden over een mogelijke toetreding tot de Europese Unie, echter stemde weer 52,2% tegen een lidmaatschap. Hedendaags is volgens onderzoeksbureau Sentio 67% van de Noorse bevolking tegen een EU-lidmaatschap.

 

 

Noorse model

Het Noorse model werkt heel simpel en is voor Nederland haalbaar. Om als Nederland zijnde dezelfde weg te volgen als Noorwegen zullen we officieel moeten toetreden tot de Europese Vrijhandelsassociatie (EFTA), dat is verplicht omdat de enige landen die mogen toetreden tot de EER EU-landen en EFTA landen zijn.

EFTA, ook wel bekend als de Europese Vrijhandelsassociatie, is een samenwerkingsverband tussen Noorwegen, Zwitserland, IJsland en Liechtenstein. Door lid te zijn van de Europese Vrijhandelsassociatie mag een land toetreden tot de Europese Economische Ruimte en zo de interne markt te gebruiken zonder EU-lidstaat te zijn.

Door lid te blijven van de EER blijven we verbonden aan ongeveer 5.000 EU-regels, 21% van het huidige aantal. Deze regels gaan bijvoorbeeld over voedselproductie,  de kwaliteitseisen van producten en de landbouw. Ook zou Nederland lid blijven van het Schengen Verdrag aangezien het verplicht is om vrij verkeer van werknemers te faciliteren binnen de EER.

Kosten

De contributie van Noorwegen aan de EER bedraagt 391 miljoen euro per jaar, dat is 72,84 euro per jaar per inwoner. Tevens betalen de Noren 6 miljoen per jaar voor het Schengen verdrag, 447 miljoen per jaar voor een aantal EU-programma’s (Hier een overzicht) en 25 miljoen per jaar voor INTEREGG, een organisatie die zich inzet voor het bevorderen van regionale samenwerking.

In totaal zijn de Noren 161,88 euro per jaar per inwoner verschuldigd aan de Europese Unie, dat is nog fors lager dan de kosten die Nederland op dit moment heeft. In de tabel hieronder een overzicht voor de opties die Nederland kan kiezen:

Conclusie

Door een Nexit uit te voeren in de vorm van het Noorse model zijn we geen lid meer van de EU terwijl we wel profiteren van de interne markt, een argument dat vaak gebruikt wordt tegen een Nexit. We zijn verbonden aan 80% minder regels en de kosten gaan flink omlaag tot wel 84% minder dan nu. 

Lees ook: Deense opt-out model

 

 

Foto door Marius Schmidt via Pexels

Credits: dit artikel is tot stand gekomen met aangeleverde input door Leon Baten.